Vanaf 1999 is de Europese Unie steeds meer betrokken bij het opstellen van een gemeenschappelijk asielbeleid. Door de sterk toegenomen welvaart werd Europa een steeds aantrekkelijkere bestemming voor zowel economische als politieke vluchtelingen. De basis van dit beleid werd gelegd in 2003, met de Dublin-verordening. Sinds 2008 is de Europese Commissie bezig om een gemeenschappelijk asielbeleid op poten te zetten, met solidariteit, coördinatie en harmonisatie als kernpunten.
Inhoudsopgave van deze pagina:
Voor EU-burgers heeft de EU het Verdrag van Schengen ondertekend en voor hoogopgeleide migranten bestaat de Blue Card. Echter voor vluchtelingen en andere migranten heeft de EU ook een eigen beleid gecreëerd en ontwikkeld. De vroegste vorm van dit beleid dateert uit 2003, toen in Dublin door de lidstaten een verdrag over de opvang van immigranten werd ondertekend. Dit verdrag is sindsdien de geschiedenis ingegaan als de Dublin-verordening.
Het principe van de Dublin-verordening is als volgt: zodra een vluchteling vanuit bijvoorbeeld Tunesië aankomt in Malta, vanuit daar doorreist naar Italië en vervolgens in dat land asiel aanvraagt, dient de immigrant op de behandeling van zijn procedure te wachten in Malta. Malta is het eerste land van de EU waar de immigrant is geweest, dus moet daar de procedure worden afgewacht. Een tweede land waar de migrant asiel aan heeft gevraagd (zoals Italië), heeft een terugstuurplicht.
In 2007 verzond de Europese Commissie een groenboek, waarin het een aantal beleidsvoorstellen deed om het Europese migratiebeleid meer en beter af te stemmen. Dit groenboek kwam tot stand na een openbare raadpleging onder de lidstaten.
Het groenboek benadrukt dat landen de bestaande instrumenten erkennen en willen ontwikkelen. Ook erkennen ze het belang van een gemeenschappelijke procedure en harmonisatie van het beleid. Dit groenboek bestaat uit pakweg drie delen: het institutionele deel, de harmonisatie en de solidariteit.
Ten eerste, de institutionele middelen. De institutionele middelen staan niet op zichzelf; het harmonisatiebeleid is van belang. Gezamenlijke trainingen moeten een bijdrage leveren aan een geharmoniseerd asielbeleid. Ook het belang van versterking van de kustwacht wordt geaccentueerd, naast een betere uitwisseling van informatie en ervaringen. Als laatste wordt de solidariteit met de migranten benadrukt. Vluchtelingen waarvan de mensenrechten worden bedreigd mogen niet worden geweerd en zwakkere vluchtelingen, zoals vrouwen en kinderen, krijgen speciale aandacht.
Op basis van deze speerpunten deed de Commissie in juni 2008 een voorstel dat een concrete bijdrage leverde aan het gemeenschappelijk asielbeleid (zie hieronder). Zowel de Europese Raad als het Europees Parlement benadrukten het belang van solidariteit. Deze solidariteit kwam tot uiting in onder andere een voorstel om hervestiging te bevorderen.
Herverstiging is een principe dat wordt toegepast bij vluchtelingen die niet meer terug kunnen keren naar het land van herkomst. Een vluchteling wordt vanuit het EU-land waar hij als eerste is aangekomen permanent gevestigd in een ander EU-land. Om lidstaten te stimuleren heeft het Europees Parlement besloten om een bonus uit te keren per hervestiging. Dit bedrag - wat begint bij €2000,- - kan uiteindelijk oplopen tot €6000,- per vluchteling.
Een ander punt van zorg is de overbelasting van Zuid-Europese landen. Door hun ligging worden deze landen overspoeld door migranten uit Noord-Afrika en Turkije, met overbelasting tot gevolg. Sinds 2010 wordt gepoogd dit probleem het hoofd te bieden door middel van een Europees grensinterventieteam. De solidariteit tussen de noordelijke en zuidelijke lidstaten is hierbij van groot belang. In 2011 lanceerde de Commissie nieuwe plannen om deze solidariteit te verbeteren. Verbeterde financiële steun, betere EU-wetgeving en een nauwere samenwerking waren de hoofdonderdelen van deze voorstellen.
In 1999 besloten de Europese lidstaten in het Verdrag van Amsterdam om toe te werken naar een gezamenlijk Europees asielbeleid, het CEAS (Common European Asylum System). Op dit moment is het derde programma van kracht. Hieronder volgt een kort overzicht van de programma's en de doelstellingen:
-
-Het Tampere Programma (2000-2004) had als doel om een Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te creeëren.
-
-Het Haagse Programma (2004-2009) zorgde voor de voltooiing van de basisprincipes van het CEAS. Bij de afronding van het Haagse programma waren onder andere de minimumrechten van migranten erkend en de gemeenschappelijke criteria en instrumenten voor een goed asielbeleid vastgesteld.
-
-Het Stockholm Programma (2010-2014) streeft naar drie zaken: een verdere harmonisatie, coördinatie en onderlinge solidariteit van het Europese asielbeleid.
Kritiek
Het Europese asielbeleid lokt veel kritiek uit. Terwijl Zuid-Europese landen (Malta, Italië en Griekenland) ontevreden zijn over de oneerlijke verdeling van vluchtelingen, heeft ook de Raad van Europa zich tegen het beleid uitgesproken.
Naar aanleiding van een rechtszaak verwoordde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens haar zorgen: Zuid-Europese landen (zoals Griekenland), waar de situatie voor asielzoekers slecht is, krijgen te maken met (terug)gestuurde vluchtelingen. De situatie wordt hierdoor nog slechter, met mensonterende omstandigheden tot gevolg. De kwaliteit van de huisvesting is laag, de gezondheidszorg is vrijwel onbereikbaar en daarnaast steekt ook in Griekenland racisme steeds meer de kop op.
Om de hoeveelheid asielaanvragen tegen te gaan zijn speciale programma's gelanceerd om de naleving van mensenrechten elders in de wereld te bevorderen, de democratie te versterken en de economische situatie te verbeteren. Op dit moment is men bezig met het opstellen van procedures, zodat illegale immigranten in overleg met de autoriteiten terug kunnen worden gestuurd naar het land van herkomst.
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.
Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie
Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken (grensbewaking, Europol, Schengen- en visabeleid, bestrijding drugscriminaliteit):
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.
De raadsformatie die beslist over het asiel- en migratiebeleid is de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Nederland wordt in deze Raad, afhankelijk van het onderwerp, vertegenwoordigd door:
Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Europa Nu
- Schengen- en visabeleid
- Europees Parlement buitenspel bij beslissingen over Schengen
- EU legt minimumnormen aan voor terugkeerbeleid illegalen
- Illegale werknemers van buiten de EU
- Samenwerking lidstaten bij illegale immigratie
- EU opent jacht op buitenlandse bollebozen(blue card)
- Migrantenstroom naar Italië zorgt voor ophef binnen de EU
- Migratie niet zaligmakend voor vergrijzingsprobleem
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties
Statistiek
Informatie voor (im)migranten
Verenigde Naties
