Europa Nu

Europeaan van de week: Wim Ploeg

Wim Ploeg

In deze rubriek krijgt iedere week een andere Nederlander het woord die betrokken is bij Europa. Europarlementariërs, topambtenaren of nationale politici, iedereen krijgt een podium om zijn of haar mening over Europa te geven. Deze week Wim Ploeg, namens Nederland lid van de raad van toezicht van de Europese GNSS-toezichtautoriteit.

Wat deed u hiervoor?

Na mijn studie internationaal en Europees recht in Leiden is mijn internationale werk gestart bij AFS Intercultural Programs, waar ik een aantal jaar heb gewerkt. Destijds was dit Europese programma om werkende jongeren kennis te laten maken met werken in een andere lidstaat erg populair.

Bij de Rijksoverheid heb ik eerst mee mogen werken aan het opbouwen van nieuwe relaties met de landen in Midden-Europa, die nu allemaal lid van de Unie zijn.

De afgelopen tien jaar heb ik aan uiteenlopende Europese dossiers gewerkt. De herziening van de subsidieregels en van de prioritaire infrastructurele projecten binnen de Trans-Europese Netwerken was een hele klus.

Eurocommissaris Neelie Kroes heeft Nederland destijds vertegenwoordigd in de High Level Group prioritaire projecten, die zeer goed werk heeft gedaan o.l.v. wijlen Karel van Miert.

Na algemene coördinatie ben ik steeds meer betrokken geraakt bij het eerste infrastructurele project dat Europa bouwt: het Europese systeem voor satellietnavigatie Galileo. Ik vertegenwoordig Nederland onder andere in de raad van toezicht van de Europese GNSS-toezichtautoriteit.

Waar houdt de Europese GNSS-toezichtautoriteit (GSA) zich voornamelijk mee bezig?

GNSS staat voor Global Navigation Satellite Systems. De GSA is een soort kameleon. In de diverse stadia van dit immense project heeft de GSA verschillende functies gehad. Eerst was dit agentschap voorbestemd om op te treden als opdrachtgever voor de bouw van het systeem. Omdat de publiek-private samenwerking niet van de grond kwam, werd de GSA omgevormd tot een organisatie voor veiligheid en marktontwikkeling.

De Europese Commissie heeft recent voorstellen naar de Raad van Ministers en het Europees Parlement gestuurd om de GSA in de toekomst verantwoordelijk te maken voor de hele exploitatie en het onderhoud van Galileo en EGNOS. Dit laatste Europese systeem levert een aanzienlijke verbetering van de prestaties van GPS in Europa. Hierdoor wordt het bijvoorbeeld voor de luchtvaart en voor precisielandbouw gebruikt.

Wat hoopt u de komende tijd te bereiken?

Na de grote investeringen van de afgelopen jaren moet Galileo rond 2015 van start gaan. Dan moet ook de GSA zijn omgevormd van de huidige organisatie tot een slagvaardige opdrachtgever voor de European Space Agency (ESA) en tot een organisatie die verantwoordelijkheid kan dragen voor de exploitatie van Galileo en EGNOS. Deze aanpassing moet al binnen de huidige Europese begroting starten en worden gefinancierd. Dat wordt een hele toer.

Verder moet de organisatie ook in de periode 2014-2020 kunnen groeien in een tijd van krimp. In 2020 moet het Galileo-systeem op volle sterkte zijn. Tevens moeten taken die niet passen bij een organisatie die voor exploitatie verantwoordelijk is, elders worden ondergebracht. Managementtaken die nu nog bij de Europese Commissie liggen, moeten aan de GSA worden overgedragen. De besluiten van de Raad van Ministers die de basis voor de aanpassing zijn, moeten in een tijdsbestek van een jaar worden genomen. In deze periode verhuist de GSA ook nog eens van Brussel naar Praag. Kortom: genoeg uitdagingen voor de directeur en de raad van toezicht.

Met een goede opbouwende samenwerking tussen de Commissie, ESA , GSA en de EU-lidstaten moet in 2015 een slagvaardige vernieuwde GSA leiding geven aan de operationele fase van dit eerste infrastructurele project van de Unie.

Dit alles heeft alleen nut als we ook in staat zijn om op een goede manier te blijven communiceren met de gebruikers van de infrastructuur, om op die wijze te komen tot optimale benutting en verdere ontwikkeling.

Wat is uw ideaalbeeld van Europa over 25 jaar?

Laat ik dicht bij mijn huidige dossiers blijven. Europa kan over 25 jaar als economisch machtsblok beschikken over de GNSS-infrastructuur die het in voldoende mate onafhankelijk maakt van andere machtsblokken en grote landen. Het bedrijfsleven heeft zich versterkt door deze ontwikkeling en kan op wereldschaal de concurrentie aan in de aanzienlijke markt voor toepassingen en apparatuur.

Uit de ervaring die Europa heeft opgedaan in het GNSS-dossier is lering getrokken. Zowel qua financiering en bestuur van grote projecten is Europa er klaar voor om een rol als gelijkwaardige partner in de wereld te spelen.

Een project als Galileo heeft dan hopelijk de weg gebaand voor een goed functioneren van de Europese markt voor de bouw van grote infrastructurele projecten.

Wat is de grootste bedreiging?

Als Europa niet kan komen tot een breed gedragen aanpak voor het realiseren van grote projecten, zal de invloed afnemen en positie van Europa in de wereld verslechteren. Het gaat hierbij om projecten die niet door een van de lidstaten gerealiseerd kan worden en die zich minder goed lenen voor bijvoorbeeld versterkte samenwerking.

In de beginfase van het Galileo-project heeft politieke inmenging in projectmanagement tot grote vertraging en hogere kosten geleid. In de huidige fase van het project is deze invloed sterk verminderd. Als nationale overheden wederom een sterke greep willen hebben in de manier waarop managementbesluiten in grote Europese projecten worden genomen, zal dit verlammend werken.

 

Inhoud

1.

Meer informatie

2.

Eerdere Europeanen van de week